obey-robots.txt
23 Februari 2019, 06:14
Navigatie
Inloggen / Registreren
Gebruikersnaam

Wachtwoord


Nog geen lid?
Als geregistreerd lid kunt u reageren en alle extra functies gebruiken.
Kabel Gebruikers Groep
Wachtwoord vergeten?
Verzoek nieuw wachtwoord.
Videostreaming en video on demand stijgen explosief

21 april 2016

De Nederlandse consument streamde in 2015 per dag 105 minuten video. Dat is een stijging van ruim 60 procent ten opzichte van een jaar eerder (65 minuten). Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van brancheorganisaties NLkabel, Nederland ICT en FIAR CE. De brancheorganisaties zien in het veranderende mediagebruik aanleiding voor een verlaging van de thuiskopieheffing. Die is nog gebaseerd op het tijdperk waarin mediabestanden vooral werden gekopieerd en opgeslagen.

Streaming video omvat in het onderzoek online video, catch-up TV en Video on Demand. Online video en Video on Demand groeien hard, zo blijkt uit het onderzoek. Gemiddeld wordt 38 minuten per dag naar online video gekeken. Vorig jaar was dat nog 23 minuten. Catch-up TV (het terugkijken van lineaire televisieprogramma´s via programma gemist op Replay TV) is goed voor 28 minuten per dag. Subscription Video on Demand (bijvoorbeeld via Netflix of MyPrime) is met 23 minuten per dag populairder dan het bestellen van `losse´ films en series (transactional Video on Demand). Dat laatste gebeurt gemiddeld 16 minuten per dag. André Habets, directeur FIAR CE: "ondanks het feit dat het kopieergedrag voor een groot deel is verdrongen door streaming, is door Stichting De Thuiskopie in 2015 ruim 20 miljoen euro meer geïncasseerd dan in 2010. Dat is toch bijzonder?".

Mathieu Andriessen, directeur NLkabel: "De tijd die Nederlanders aan media besteden is al jaren stabiel. De groei van streaming en VoD moet dus wel ten koste gaan van opslag van mediabestanden. De schade die rechthebbenden lijden door het bestaan van de auteurswettelijke privekopie-exceptie neemt dus met rasse schreden af. De compensatie via de thuiskopieheffing kan daarom naar beneden worden bijgesteld."

Uit het onderzoek blijkt dat 88% van de Nederlanders inmiddels gebruik maakt van streaming videodiensten en 43% van streaming muziekdiensten zoals Spotify en Deezer. Lotte de Bruijn, directeur Nederland ICT: "Er worden steeds minder muzieknummers en films gekopieerd op dragers als computers, harde schijven en smartphones. Opslag wordt steeds meer vervangen door streaming. De thuiskopieregeling moet daarop worden aangepast".

mediagebruik-in-NL-2016




Bron: NLkabel

Breedbandcoöperaties: samen sterk?

Snel internet is voor veel Nederlanders een must. Echter: zo´n 3 procent van de huishoudens en 9 procent van de bedrijven heeft geen snelle verbinding. De oorzaak: door de ligging was het voor marktpartijen in het verleden niet rendabel om percelen in de `witte gebieden´ aan te sluiten. Steeds vaker pakken bewoners daarom zelf de handschoen op, veelal in de vorm van een coöperatie. Deel twee van een drieluik over breedband in het buitengebied: hoe kansrijk zijn breedbandcoöperaties?

samen snel internet EZWaar de overheid zich terugtrekt en commerciële marktpartijen geen interesse tonen, nemen burgers steeds vaker zélf het initiatief. Daarbij combineren ze zelfredzaamheid met  solidariteit. Als samenwerkingsverband is vooral de coöperatie populair. In uiteenlopende sectoren: van van zorg en welzijn tot duurzame energie. Ook breedbandinitiatieven krijgen veelal gestalte in een coöperatie. De universiteit Groningen telde maar liefst 75 coöperatieve initiatieven voor breedbandinternet te realiseren in plattelandsgemeenten.

Coöperatieve vereniging

Een coöperatie is een coöperatieve vereniging. Een belangrijk verschil met een `gewone´ vereniging, is dat een coöperatieve vereniging wel winsten mag uitkeren aan de leden. De leden zijn bovendien eigenaar van de coöperatieve vereniging en ze hebben inspraak in de te volgen koers. Behalve een lidmaatschapsrelatie hebben de leden ook een zakelijke relatie met de coöperatieve vereniging. Bij de breedbandcoöperaties is dat vaak een klantrelatie: de leden sluiten een overeenkomst met de coöperatie voor de realisatie van snel internet in hun woning of bedrijfspand. 

Vraagbundeling

Een burgerinitiatief voor breedband begint veelal met vraagbundeling. Dat is de fase waarin wordt gepeild of in het betreffende gebied genoeg belangstelling is voor een breedbandaansluiting en de bijbehorende diensten. Bij voldoende belangstelling kan de coöperatie beslissen om daadwerkelijk een netwerk uit te rollen. De coöperatie benadert daarvoor dan externe financiers. De leden betalen meestal een eenmalige bijdrage voor de aanleg en een periodieke bijdrage voor onderhoud en beheer. Zodra een netwerk gerealiseerd is, worden de diensten meestal geleverd door een aparte dienstenaanbieder.

Succesfactoren

Succes is verre van zeker voor de coöperatieve burgerinitiatieven. Zo overschatten de initiatiefnemers het animo onder de bewoners nog wel eens. Niet zelden blijkt tijdens de vraagbundeling dat er onvoldoende interesse bij inwoners is om de businesscase rond te kunnen krijgen. Daarbij spelen twee factoren: de noodzaak en de kosten. Niet altijd zijn alle inwoners overtuigd van de noodzaak van een snelle verbinding. En zeker bij initiatieven die inzetten op relatief dure oplossingen als glasvezel tot de woning (FttH) vinden bewoners de eenmalige bijdrage vaak te hoog. Initiatieven die techniekneutraal naar het probleem kijken en open staan voor (relatief betaalbare) draadloze oplossingen, zijn dan ook kansrijker. Ook steun van lokale of regionale overheden kan een verschil maken bij vraagbundelingsactiviteiten. Een voorbeeld van zulke constructieve betrokkenheid vanuit de overheid is Sterk Midden Drenthe.

Voldoende schaal?

Hoe groter het aantal aan te sluiten `witte´ percelen, des te kansrijker een coöperatie is. Een grotere schaal maakt een project immers aantrekkelijker voor alle partijen: financiers, partners voor de aanleg en dienstenaanbieders. Een goed voorbeeld van een buitengebied-project met schaal is KempenGlas, waarin de coöperaties BladelGlas, MoergestelGlas, OirschotGlas en Reusel-DeMierdenGlas samenwerken. In de witte gebieden van de Kempen wordt nu daadwerkelijk snel internet uitgerold.

Professionaliteit

Ook de professionaliteit van de coöperatie is essentieel voor succes. Het enthousiasmeren van (mede)bewoners en de vraagbundeling zijn activiteiten die vrijwilligers meestal prima in de vingers hebben. Maar in de fase erna zijn andere competenties vereist. Succesvolle vraagbundeling is dan ook geen garantie voor een sluitend businessplan en succesvolle financiering. En succesvolle financiering is geen garantie voor een gezond operationeel netwerk. Er komt namelijk heel veel kijken bij het runnen van een telecomnetwerk. Dat verklaart ook waarom de coöperatieve gedachte bij of na de uitrol nog wel eens wordt verlaten. Zo nam telecombedrijf E-Fiber onlangs in de gemeente Boekel het volledige glasvezelnetwerk van de stichting Boekelnet over. 

Focus

Het streven naar schaalgrootte leidt er bij sommige coöperaties toe dat de focus is verbreed van het buitengebied naar de hele gemeente. Dat deed onder meer de coöperatie HSL-net in de gemeente Heeze-Leende. Deze coöperatie vatte het plan op om de hele gemeente te `verglazen´, het buitengebied én de percelen waar al een toekomstvaste kabelverbinding was. HSL-net kreeg een lening van zo´n EUR 4,5 miljoen, waarvoor de gemeente garant stond. En de inwoners kochten voor EUR 1 miljoen obligaties. De reeds bekabelde kernen van de gemeente werden met die middelen voorzien van een FttH-netwerk. Maar het plan om het buitengebied aan te sluiten strandde. Dat zou betaald worden vanuit de `gemeentelijke premie-inkomsten uit de garantie, samen met de vrije kasstroom uit de exploitatie van het passieve netwerk´. Maar helaas: de inkomsten bleven grotendeels uit. Want het aantal klanten in de kernen bleef beperkt door de concurrentie met bestaande marktpartijen als Ziggo en KPN, die zich de kaas niet van het brood lieten eten. De coöperatie verkeert inmiddels in zwaar weer. 

Slecht voorbeeld

Verschillende coöperaties en gemeenten kwamen kijken in Heeze-Leende toen het initiatief nog als lichtend voorbeeld werd gezien.  Ze kopieerden het model. Daarbij vertelden ze inwoners van de kernen dat hun bestaande kabelaansluiting niet toekomstvast zou zijn. Een pertinente onwaarheid, gegeven de enorme capaciteit van kabelnetwerken. De gemeente Aalburg bleef het lot van Heeze-Leende bespaard omdat de vraagbundeling mislukte.

Roer omgooien

Helaas zijn er nog genoeg voorbeelden van lopende projecten met een verkeerde focus, zoals: Breedband Alkmaar Buiten, Breedband Bergen (Noord-Holland), Glasweb Venray (Limburg), LVCNET (Noord-Brabant), Glasvezel De Wolden (Drenthe) en burgerinitiatief Glasvezel De Fryske Marren (Fryslân). Deze projecten bevinden zich in uiteenlopende stadia, van vraagbundeling, tot financieringsfase en pilotfase. Voor deze projecten is het nog niet te laat om het roer om te gooien. De coöperatie Breedband Hollands Kroon deed dat al: daar richt men zich voortaan uitsluitend op het buitengebied. Die optie heeft de gemeente Giessenlanden (Zuid-Holland) niet meer. Daar legt Stichting GiessenlandenNet een glasvezelnet aan met een aansluiting voor alle percelen in de gemeente. Terwijl 75% van deze panden al de beschikking over supersnel internet heeft! Schrijnend hierbij is dat de gemeente de overbodige uitrol financiert met een lening van EUR 6,3 miljoen. Het lijdt geen twijfel dat dit project dezelfde problemen te wachten staat als Heeze-Leende: tegenvallende vraag en rendements- en liquiditeitsproblemen.

Coöperatie, overheid of markt?

Coöperaties lijken vooral zinvol in die witte gebieden waar marktwerking geen oplossing biedt en de overheid geen geld beschikbaar stelt voor de aanleg van snel internet. Steeds minder witte gebieden voldoen echter aan deze voorwaarden. Want marktpartijen zien steeds vaker wél heil in het aansluiten van witte gebieden. Zo werkt kabelbedrijf CIF werkt bijvoorbeeld aan de uitrol van glasvezel in het buitengebied van Overijssel en Gelderland, kabel- en telecombedrijven DELTA en Greenet leggen draadloze verbindingen aan in het witte gebied van Zeeland en telecombedrijf KPN werkt aan sneller internet in het buitengebied met 4G en de VDSL-techniek. Ook de overheid zit niet stil: het Breedbandfonds van de Provincie Noord-Brabant financiert (middels een lening aan MABIB) de aanleg van een glasvezelnetwerk in de Brabantse witte gebieden. En in de provincies Noord-Holland en Fryslân lijkt een beweging gaande waarbij de provincie werkt aan financiering van breedbanduitrol in het gehele buitengebied van de provincie. Dat biedt minder perspectief voor kleinschalige coöperaties, maar meer voor de inwoners.

Conclusie

Met een coöperatie kunnen inwoners het heft in eigen handen nemen om snel internet te realiseren. In witte gebieden waarin de markt niet wil investeren en waarvoor de overheid geen omvangrijke fondsen ter beschikking heeft, zijn breedband-coöperaties het meest kansrijk. Overheden en bedrijfsleven worden echter juist steeds actiever in de witte gebieden. Daardoor neemt de speelruimte voor breedbandcoöperaties af. De weg naar succes is voor de coöperatie hoe dan ook lang en vol valkuilen. Randvoorwaarden zijn een uitsluitende focus op het witte gebied, voldoende schaalgrootte en de beschikbaarheid van specifieke expertise om een sluitende businesscase te maken, de financiering te regelen en een operationeel netwerk te beheren. Voorwaar geen sinecure.

Mathieu Andriessen directeur NLkabel

Eerder verscheen deel 1 van het drieluik over snel internet in het buitengebied: Wat is de beste techniek?

Volgende week zal het derde en laatste deel van dit drieluik worden gepubliceerd: Is overheidssteun wenselijk voor breedband in het buitengebied?

Mathieu Andriessen is algemeen directeur bij NLkabel

 




Bron: NLkabel
Wat is DOCSIS 3.1? [Factsheet]

Met DOCSIS 3.1 bereidt de kabel zich voor op de toekomst. Elk jaar wordt er meer data verstuurd. Nederlanders doen steeds meer online: thuiswerken, winkelen, online back-ups maken, foto´s en video´s delen, gamen, e-mailen en skypen. En ook apparaten zijn steeds vaker verbonden met internet. Er is al met al een groeiende behoefte aan breedbandcapaciteit. Met de techniek DOCSIS 3.1 groeit de kabel mee met die vraag met de zekerheid van een hoge kwaliteit verbinding. 

Wat is DOCSIS 3.1 ?

DOCSIS 3.1 is een doorontwikkeling van de succesvolle DOCSIS en EuroDOCSIS specificaties 1.0, 2.0 en 3.0. DOCSIS is een afkorting van Data over Cable Service Interface Specification en is een techniek die kabelbedrijven in staat stelt om informatie over een coax-kabel te vervoeren. De 3.1 -specificatie is ontwikkeld door Cable Labs en is bedoeld om een nieuwe generatie van kabeldiensten mogelijk te maken en om kabelbedrijven in staat te stellen te blijven voldoen aan de toekomstige consumentenvraag naar snelle verbindingen en geavanceerde toepassingen.

Gigabit snelheden

DOCSIS 3.1 maakt Gigabit snelheden via de kabel mogelijk. De standaard specificeert snelheden tot 10 Gbps downstream en tot 2 Gbps upstream en definieert een uitbreiding van het frequentiespectrum tot eerst 1,2 GHz en later tot 1,7 GHz. Dit resulteert in een enorme capaciteitsuitbreiding van een HFC netwerk.

Full duplex DOCSIS 3.1

Inmiddels wordt bij Cablelabs al weer nagedacht over de volgende stap: full duplex DOCSIS 3.1. Het is dan mogelijk om zowel downstream als upstream een data bandbreedte te halen van 10 Gbps bij een beschikbare frequentieband tot 1002 MHz.

In onderstaand factsheet zetten we de details van de specificatie op een rij:

factsheet-docsis3.1

Veelgestelde vragen

Wat is DOCSIS 3.1? [Factsheet]

Hoe werken WiFi en WiFiSpots? [Factsheet]

7 vragen over onderzoek internetsnelheid [video]




Bron: NLkabel
Goedemorgen bezoeker
Inloggen / Registreren
Gebruikersnaam

Wachtwoord



Nog geen lid?
Als geregistreerd lid kunt u reageren en alle extra functies gebruiken.

Wachtwoord vergeten?
Verzoek nieuw wachtwoord.
Shoutbox
U moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Er zijn geen berichten gepost.